1. Kies een woord dat de cursisten níét kennen.
  2. Maak vooraf drie hoogpregnante contextzinnen met het gekozen woord (zie voorbeeld hieronder) en zet ze bijvoorbeeld op een Powerpoint-slide. Maak het gekozen woord vet of cursief.
  3. Toon de eerste zin aan de cursisten. Vraag de cursisten om goed naar de zin te kijken. Als ze denken te weten wat het gemarkeerde woord betekent, steken ze de vinger op. Ze mogen pas een antwoord geven na de derde zin, niet eerder.
  4. Toon de tweede zin, met dezelfde instructie.
  5. Toon de derde zin. Als het goed is, hebben (bijna) alle cursisten nu hun vinger opgestoken.
  6. Vraag enkele cursisten wat ze hebben geraden en waarom ze denken dat dat de juiste betekenis is.

Benadruk dat de oefening niet is bedoeld om woorden te leren maar om woordbetekenissen te leren raden.
De werkvorm neemt weinig tijd, is bijzonder effectief en kan ook op lagere taalniveaus worden gebruikt. Regelmatig herhalen!

Voorbeeld:
Zin 1: Veel vrouwen vinden George Clooney een aantrekkelijke man.
Zin 2: Het was erg druk in de supermarkt want ze hadden veel aantrekkelijke aanbiedingen.
Zin 3: Door het grote aantal toeristen vinden veel Amsterdammers hun stad geen aantrekkelijke woonplaats meer.

Laat zin 2 verschijnen onder zin 1, en zin 3 onder zin 1 en 2, zodat de cursisten kunnen vaststellen of de geraden betekenis in alle drie de zinnen past. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de Ppt-animatiefunctie verschijnen.







Laatste wijziging: dinsdag, 15 november 2022, 10:46